Wereldkampioen bollen

Op bezoek bij Leopold Chalmet

Wereldkampioen bollen

Wil je het volledige verhaal lezen in pdf formaat met foto's, druk dan op het icoontje hiernaast:

Verslag uit 1997

Wij zijn welkom, de koffie geurt al als wij die zondagmorgen worden opgewacht door Leopold en Elisabeth. Wij stellen hem gerust want we zien het meteen: Chalmets kunnen ook zenuwachtig zijn.

Als er moet verteld worden over vroeger stralen zijn ogen direct rust uit. We kijken naar de foto van het gezin en hij wijst zijn vader aan.

“Mijn vader was Petrus Chalmet en wij woonden in de Jaak Janssensstraat in Terdonk. Voor die tijd hadden wij een grote boerderij: drie hectaren weideland en acht koeien, dat was al iets! Ons vader kocht ons stee voor 120.000 frank en hij was de baas thuis, -ons moeder was heel wat milder. Hij verdeelde het werk en controleerde of het gedaan werd: commanderen en controleren, zo was ons vader… Ooit werkte hij op een baggerboot, daarna kon hij een goed beklant café in Terdonk overnemen; ons groot gezin lokte veel volk naar ‘t café. Ja, ze kwamen niet alleen voor ons Irma en Elisa, er werd gelachen en gedronken en na de zondagsmis was ‘t bakske vol.

Daarnaast hadden we nog een melkronde, die deed ik samen met Elisa. Wij trokken met paard en kar rond om de melk te bedelen.”

“Nooit water bij de melk gedaan?” vragen wij.

Hij lacht ondeugend maar geeft geen antwoord. Dat het paard zo’n schrik had voor auto’s staat hem nog levendig voor de geest.

“Meermaals sloeg de melkkar bijna om wanneer het paard angstig steigerde…”

“Paarden zijn soms gelijk de vrouwen: ge moet ze weten in den toom te houden.” merken we zelf op.

“Mijn vader en zijn broer waren vooral fruithandelaars, wij kochten boomgaarden halfrijp fruit op en als de koop rond was hoopten we maar dat er geen stormweer kwam, want dat kon heel wat verschil maken in het oogsten. Heel de familie moest mee helpen trekken, kwestie van zo rap mogelijk het fruit in rieten mandjes naar Hull te verschepen. Na de oorlog in ’45 stond de prijs van het fruit zo hoog dat we eens voor ons 9 ton fruit 108.000 frank ontvingen!”

“Er werd een pint gedronken zeker, wanneer zulke zaken gedaan werden?”

“Die dronken wij anders óók!” merkt hij droog op en zijn vrouw knikt instemmend met het hoofd. “De tweede maal dat het fruittransport naar Hull moest doorgaan stortte de prijs van het fruit in elkaar en we zijn zelfs niet uit de kosten geraakt… Vader Petrus heeft daar nadien lang van wakker gelegen en het verhaal van deze mislukking werd steeds opnieuw verteld.”

Tegenslagen kenden de Chalmets ook in de J. Janssensstraat, maar hun optimisme haalde het steeds.

Leopold liep school bij de Broeders van Liefde tot zijn 17 jaar en stopte als de oorlog uitbrak.

“ De oorlog heb ik zeer intens beleefd. Alle jonge gasten werden toen gedeporteerd naar Duitsland om er tewerkgesteld te worden hetzij in de fabrieken, hetzij bij de boeren. In Winkel vertelden ze dat ge de sergeant kon uitkopen met toebak en zo kondt ge bij de boeren terechtkomen want daar was er eten, hé?”

Wij schrikken even: werd er toen ook al uitgekocht?

“ Firmin Eeckman, Verschraegen en Remi Van Assel hebben 26 maand in Duitsland ge-werkt!” Hij zucht diep als hij verder gaat met het verhaal en herinnert zich plots:

“ Ik was aan ’t ploegen en ineens kwamen Engelse jagers laagscherend over de velden ons beschieten. Ik plofte mij op de grond en ik dacht: ‘t Is gedaan met Leopold! Hoe dat ik zoiets overleefd heb!”

Het tij keerde: in het café leerde Leopold Elisabeth De Keyzer kennen en in 1951 huwden ze. Katrien is hun dochter, gehuwd met Walter Lardenoit, met twee schattige kinderen Yannick en Dominique.

Net als de koffie een tweede maal wordt bijgevuld komen de kleinkinderen binnen. Grootvader Leopold straalt opnieuw als hij ze aan ons voorstelt en Meme steekt al snoepjes toe zonder dat erom gevraagd wordt.

We gaan verder met Leopold’s verhaal:

“ ‘k Heb veel stielen gedaan: was er geen geld meer mee te verdienen, dan begon ik wat anders. Ik nam de bierronde over van mijn doopmeter Margriet Van Acker en Adolf Itterbeke en ik breidde de zaak nog uit. Die van Terdonk en Winkel dronken graag en ik verkocht goed. Bij Verdegem heb ik nog 11 jaar meel verkocht, propere stiel en ge kwam onder de mensen, hé! En dat is belangrijk voor de Chalmets…

Daarna ben ik patattenkoopman geworden samen met mijn broer Louis: we zijn altijd za-kenmensen geweest, we keken van waaruit de wind waaide.”

Hij lacht tevreden en zijn vrouw beaamt met de nodige aanvulling: “ ‘t Zijn geen handige mannen: liefst zelf niet te veel werken maar zien dat er gewerkt wordt.” Het lijkt ons een goed recept om door te geven.

“ Dan werd de fruitwinkel in Ertvelde geopend, dicht bij apotheker Schelfhout en daar deden we goede zaken. Er werd fruit gekocht bij de boeren, eerst zelf geplukt en dan verkocht in de winkel. Ik was gekend voor mijn spotprijzen van de kleine druifjes.”

Leopold bleef in Ertvelde tot hij enkel nog aan ontspanning wilde denken en de pensioenleeftijd zelf vervroegde tot 57 jaar.

“ Ik kocht hier de oude jongensschool en brak ze steen voor steen af, kuiste ze allemaal en ze werden herbruikt voor ons huis. Zelf bouwen zag ik niet zitten.”

“ Veel te veel werk met krulbollen!” komt zijn vrouw tussen. Meteen schieten we raak als we om uitleg vragen over wat ‘krulbollen’ eigenlijk is?

We krijgen een gloednieuw exemplaar in de handen geduwd en aan de uitleg te horen lijkt ons dat we nu echt met een kenner te maken hebben.

“ Moet je er soms een kopen? “ vraagt de zakenman. “ Dat is nu mijn grote hobby, zelf krulbollen laten draaien en ze verkopen. “ Gevaarlijk terrein. Elisabeth komt opnieuw tussen:

“ Thuis moet ge hem alleen in de voornoene iets vragen. Alle achtermiddagen is hij gaan bollen! Nooit thuis, mens! “

“Ieder Chalmet heeft zijn eigenaardigheidje…” merken we op uit eigen ervaring. Wij voelen mee met Elisabeth want we hebben ook jaren met een Chalmet geleefd! Voor zoveel begrip krijgen we een extra koekje toegestopt.

Of hij nog tijdig zal zijn voor de zoveelste bolling? Hij kijkt op de klok en we zien net in het naar buitengaan op de schouw een prachtige reeks bekers staan die hij behaalde met de bolwedstrijden. We lezen: Kampioen van het Waasland, van Oost-Vlaanderen, van België, Europees Kampioen en Wereldkampioen!!!

“ Wereldkampioen ! “

“ Ja, want in dat jaar werden er alleen maar in België kampioenschappen georganiseerd, dan is het natuurlijk wat gemakkelijker om wereldkampioen te worden! “

We worden even stil en beseffen nu pas dat we een groot man geïnterviewd hebben: Leopold Chalmet !