New-Orleans

DE SLAG VAN NEW ORLEANS OP HET CHALMETTE SLAGVELD

Verhaal uit 1996 door Luc Chalmet en Lieve Lijnen
Wil je het volledige verhaal lezen in pdf formaat met foto's, druk dan op het icoontje hiernaast:


1. Op de “Creole Queen” naar het Chalmette Field

Twee afvaarten per dag: de “battlefield cruise”, de boottocht op de Mississippi met de rivierboot, de “Creole Queen”. Wij hebben net twee tickets gekocht en er resten nog maar enkele minuten voor de namiddagvaart. Net op tijd dus! Het zou niet de eerste keer zijn dat we bijna te laat komen op een afspraak, maar deze keer is het ons toch gelukt. Het weer is prachtig: helblauwe hemel met stralende oktoberzon, windstil, het lijkt wel zomer met deze 25° Celsius (of moeten we 75° Farenheit zeggen?). Vanop de pier heb je prachtig zicht op de wolkenkrabbers van New Orleans, hier in Louisiana, Verenigde Staten van Amerika.

We stappen aan boord en gaan op het hoogste dek zitten op gezellige houten banken rond tafeltjes. Je kan er frisse en warme dranken krijgen, koesterend in de zon. Goed dat we onze zonnebril hebben meegenomen. De boot toetert zwaar wanneer de trossen worden losgegooid en het gevaarte zich langzaam van de kade losmaakt. Achteraan is het grote rode wiel beginnen draaien.. de replica van een echte Mississippi-boat is vertrokken, oostwaarts richting Golf van Mexico, maar zover gaan we niet.

Een Dixieland groepje fleurt de talrijke toeristen op met de heiligen die weer eens op stap gaan: when the saints go marchin’ on, I want to be in that number; ik wil er dan ook wel bij zijn, denk ik zo. Het is zalig genieten, de ogen sluiten en de warmte van de zon koestert elk deeltje van onze gezichten, heerlijk even vlug vakantie nemen noem ik dat. Luidruchtige orgelpijpmuziek doet ons opkijken: het is de “Natchez” - nog zo’n populaire Mississippi-boat die klaar ligt om af te varen aan de boorden van de rivier. Hij is uitgerust met een reeks schoorsteenpijp die via een orgelklavier kunnen bespeeld worden als orgelpijpen via stoomtoevoer. Mooi is dat.

De tocht gaat nu langs oudere, dikwijls vervallen havenkaden, op rust gestelde marineschepen: kruisers, een enkel vliegdekschip met uiteraard een belangrijke militaire geschiedenis, en grote vrachtschepen die verankerd liggen in het midden van de rivier. De Mississippi maakt hier een grote bocht naar rechts en vaart vlot voorbij een aantal industriële terreinen. We naderen een (de grootste?) suikerfabriek en daarachter, ja daarachter ligt het “battlefield”, het slagveld van Chalmette. Hier meert de boot aan; we stappen van de boot op een steiger en lezen dat we het “Chalmette National Monument” betreden. Hier is het dus gebeurd, de (eerste) slag van New Orleans.


2. De Slag van New Orleans op de Chalmette Plantage

In de “Oorlog van 1812” verdedigde de U.S.A. zijn maritieme rechten tegenover Engeland. Nadat Engeland Napoleon op meerdere plaatsen had teruggedrongen en het einde voor hem nabij was, stuurde het met veel zelfvertrouwen een aantal van zijn schepen naar de U.S.A. om er de Amerikanen nog maar eens een lesje te leren. Na twee mislukte pogingen trokken de Engelsen naar de monding van de Mississippi: als ze hier succesvol zouden zijn, zouden ze de hele economie langs de Mississippi kunnen bedreigen en zo de Westwaartse uitbreiding van de U.S.A. kunnen tegenwerken. Met zo’n 10.000 (andere bronnen vermelden 7.500) mannen gingen de Engelsen aan wal, niet ver stroomafwaarts van New Orleans, onder leiding van Majoor Generaal Sir Edward Pakenham. Langs de linkeroever trokken de Engelsen richting haven maar werden op zo’n 14 kilometer door een Amerikaans leger, 5.000 (andere bronnen spreken over 6.500) man sterk (half militairen, half vrijwilligers) tegengehouden in de nacht van 23 december 1814: een front was gevormd en een veldslag werd onvermijdelijk. De Amerikanen trokken zich terug achter de oevers van het Rodriguez Kanaal dat met de Mississippi in verbinding stond. Dit kanaal vormde de scheiding tussen de Chalmette en Macarty suikerriet plantages - een smalle strook oever die de rivier van een on-doordringbaar moerasgebied met cypressen scheidde. Majoor Generaal Andrew Jackson (de latere 7de President van de U.S.A.), met de strategische hulp van piraat Jean Lafitte, verbreedde en verdiepte het kanaal en liet het gedeeltelijk vollopen met water. Aan de zijde van New Orleans liet hij een dijk op schouderhoogte bouwen, waarachter hij zijn kanonnen oplijnde. Zo wachtten ze de Engelse aanvallen op.

Pakenham probeerde op 28 december en 1 januari de Amerikanen onder schut te brengen maar slaagde niet in zijn opzet. Hij zou moeten aanvallen of zich moeten terugtrekken. Als een waardige Engelse veldheer koos hij voor de aanval.

Op 8 januari 1815 stuurde hij 5.400 van zijn soldaten in de aanval tegen de Amerikaanse posities, met fatale gevolgen. Meer dan 2.000 Engelsen werden gedood of dodelijk verwond (andere bronnen spreken van slechts 289 britse dode-lijke slachtoffers en zo’n 2.000 gewonden); ook hun generaals, inclusief Pakenham overleefden de slag niet. Het duurde alles bij elkaar minder dan 2 uur. De Amerikanen telden slechts enkele tientallen slachtoffers (sommige bronnen vermelden 13 doden, andere 71). Op 18 januari trok het Engelse leger zich definitief terug. De slag zou het laatste oorlogsgeweld blijken tussen Engelsen en Amerikanen, temeer omdat op 24 december 1814 het Verdrag van Gent eigenlijk al was ondertekend dat de vrede tussen de twee landen beschreef. Dit verdrag was de vechtersbazen van New Orleans nog niet bekend en het was toen ook nog niet garatificeerd door de Amerikaanse senaat.


3. De Chalmet Plantage

De Chalmet plantage werd geheel door de slag van New Orleans verwoest. De plantage hoorde toe aan Ignace de Lino de Chalmet. Hij spelde zijn naam steeds zonder “te” maar onder de naam Chalmette is het slagveld uiteindelijk bekend geraakt, samen met de naam van de gemeente in de omgeving (voorstad van New Orleans).

De Chalmet plantage besloeg 4400 voet langs de rivier (meer dan 1.000 meter) die Ignace de Lino de Chalmet had gekocht in twee delen: het eerste werd op 9 februari 1805 gekocht van Charles Antoine de Reggio die het op zijn beurt had gekocht van de tante van Chalmet in 1794. Dit stuk oever had dus eigenlijk sinds de vroege jaren van de Franse kolonie (Louisiana) tot de familie behoord. Het tweede stuk werd in juni 1813 gekocht. Het omvatte een belangrijk plantagehuis, suikerbehandelingsruimtes, opslagplaatsen, negercabines en nog andere gebouwen. Al deze gebouwen werden totaal verwoest tijdens de slag van New Orleans en er zijn geen  tekeningen teruggevonden van hun oorspronkelijke vorm. Dit tweede deel werd voor $65,000 gekocht wat erop wijst dat het om een goed ontwikkelde plantage ging met belangrijke gebouwen.

De Chalmet plantage werd op 27 december 1814 door de Engelsen bezet en het was Jackson die rond 1 januari opdracht gaf om de gebouwen van de Chalmette plantage op te blazen op zo’n vijfhonderd meter van de Amerikaanse artillerie.

Ignace de Lino de Chalmet was een lid van een oude en gerespecteerde familie; hij was bijna 60 jaar oud als de slag plaatsvond. Zijn halfbroer, Pierre Denis de la Ronde bezat een andere belangrijke plantage langs dezelfde Mississippi oevers. Chalmet bezat ook een klein huis nabij Bourbon Street in het hartje van New Orleans. De familielegende vertelt dat de oudere Chalmet hevig had meegevochten in de slag en niet gewond werd. Later keerde hij terug naar het slagveld en keek met droeve blik naar zijn verwoeste plantage en gebouwen. Hij voelde zich te oud om te herbeginnen en stierf een trieste dood op 10 februari 1815 met een gebroken hart.

Twee jaar later, in 1817 verkocht de weduwe Chalmet de hele plantage aan Igna-ce’s halfbroer, Pierre Denis de la Ronde die het op zijn beurt in hetzelfde jaar doorverkocht aan twee vrije negers.  Rond 1833 werd een nieuw huis in onvervalste Frans-Louisiana stijl (het Beauregard huis) gebouwd dat - na een aantal veranderingen - ook vandaag nog te bezoeken is.

In 1840 werd de eerste steen gelegd voor het Chalmette herdenkingsmonument, kort na Andrew Jackson’s bezoek aan het slagveld, bij de 25 jarige herdenking van de slag. Pas in 1855 werd de eigenlijke constructie aangevat en het monument was klaar in 1908, een jaar nadat het was overgeheveld naar de federale U.S. overheid. Het Chalmette historische park omvat vandaag ook een militair kerkhof, waar vooral veteranen van de Spaans-Amerikaanse, beide wereldoorlogen en de Vietnam oorlog begraven liggen.


4. De Familiegeschiedenis van de Lino de Chalmet

Wie was eigenlijk deze Ignace de Lino de Chalmet en waar kwam hij vandaan.   Uiteraard was dat de vraag die ons bezig hield. In het parkhuis kochten we een boekje “The Battle of New Orleans, Plantation Houses on the Battlefield of New Orleans”, geschreven door ene Samuel Wilson en origineel uitgegeven in 1965 (later in herdruk in 1989). Daar staan veel details over de plaats van het gebeuren en de geschiedenis van de Chalmet plantage.

Om meer over de Chalmet familie te ontdekken, zijn we gaan zoeken in het Williams Research Center van “The Historic New Orleans Collection” gelegen in Charles Street 410 in het hartje van oud New Orleans.

Twee boeken vertellen er over het belang en de afstamming van de familie Chalmet(te) in New Orleans en Louisiana:

“Creole Families of New Orleans” door Grace King, heruitgegeven in 1971 in Baton Rouge (Claitor’s Publishing Division), oorspronkelijke uitgiftedatum ongekend.

“Old Families of Louisiana” door Stanley Clisby Arthur en George Campbell Huchet de Kernion, heruitgegeven in 1971 in Baton Rouge (Claitor’s Publishing Division) en oorspronkelijk uitgegeven rond 1930.

Beide boeken bevatten een afzonderlijk hoofdstuk over de familie Chalmette samen met families waar de Chalmette familie - door huwelijken - met verbonden zijn.

De afstamming van Chalmette, een naam met een glorieus verleden in de stad New Orleans, is terug te trekken tot ene Claude Martin Sieur de Lino die met Antoinette Chalmette van St. Nazaire (Frankrijk) is gehuwd. Zij stierf in 1721 (of 1731) en werd begraven in Quebec. De naam van de familie werd dus eigenlijk bepaald door deze Franse vrouw en de startplaats van de familieontwikkeling was Quebec (huidige Franstalige Canadese stad aan de oevers van de St. Laurens rivier).

Hun zoon Mathurin François Martin, Sieur de Lino de Chalmette werd geboren en gedoopt in Quebec in 1657 en huwde Catherine Noland, dochter van ridder Pierre Noland; de hoogste kringen van de Fransen in Canada.

Samen hadden ze wel 17 kinderen maar slechts drie bereikten de volwassenheid. De enige overlevende zoon, François Martin de Lino de Chalmette, geboren in 1686 werd procureur van de koning en huwde Angélique Chartier de Lotbinière dochter van de raadgever van de koning, René Louis de Lotbinière. De Chartier de Lotbinière is een oude Franse familie die onder andere een gekende dichter, Alain Chartier, bevat. Die dichter was niet gekend om zijn gedichten maar wel om volgend pittig voorval dat veel meer bijdroeg tot zijn gekendheid. Er wordt gezegd dat hij gekust werd door de franse koningin, Marguerite van Schotland die de vrouw was van de kroonprins, latere koning Lodewijk XI. Haar vrouwelijk gevolg merkte op dat zij de meest lelijke man van Frankrijk had gekust waarop zij antwoordde dat “zij niet de man had gekust maar de lippen waaruit zoveel mooie woorden waren gekomen”.

François de Lino stierf in 1721 in Quebec. Hun jongste zoon, Louis Xavier Martin de Lino de Chalmette werd geboren in 1720 en hij was het die uiteindelijk in Louisiana arriveerde, nadat hij als officier de post van commandant had bekleed in de Arkansas Post in 1751. Hij was familie van de gouverneur van Louisiana, Markies Pierre Rigaud de Vaudreuil, en dat hielp hem om zeer belangrijk te worden in de kolonie. Hij huwde, in New Orleans, met Madeleine Marguerite Broutin, dochter van de koninklijke ingenieur en commandant van de Natchez Post. Zij bracht, als eigendom, een plantage mee, gelegen aan de oevers van de Mississippi, waar later de slag van New Orleans zou worden gestreden. Samen hadden ze drie kinderen, hun jongste was Ignace Martin de Lino de Chalmette, die geboren werd nadat zijn vader was gestorven. Ignace is de man op wiens plantage de slag om New Orleans werd gestreden en zoals reeds eerder vermeld, het verdriet om dit verlies heeft hij niet overleefd; hij stierf op 10 februari 1815.

Ignace trouwde met Victoire de Vaugines, dochter van een markies, luitenant-kolonel en ridder. Ze hadden een uitgebreid gezin van 6 kinderen, waaronder enkele jonge zeer aantrekkelijke en vrolijke dochters, Victoire en Azelie.  In de archieven bevindt zich nog een delicaat briefje op miniatuurpapier omboord met rozen. Het is een souvenir aan Azelie toen ze nog een jong meisje was:

“Aan Mademoiselle Chalmet, bij haar Moeder wonende, Royal Street tussen Conti en Bienville”

“De Domino van gisteravond geeft zijn complimenten aan Mlle. Azelie Chalmet, en smeekt haar geen gevoelens tegen hem te ontwikkelen omdat hij zich niet wil kenbaar maken.

Omstandigheden dwingen hem hiertoe. Als ze nochtans naar het bal gaat komende zaterdag, dan zal ze opnieuw geplaagd worden door een ‘konijnen hoofd’, die dezelfde persoon zal zijn als gisteravond. Het is zinloos om uit te zoeken wie dit briefje heeft geschreven, want hij heeft zijn handschrift vervormd.

Hij wenst haar alle geluk toe, en zal de eerste zijn om haar hand te kussen als ze aan boord stapt van de boot.

Haar toegenegen dienaar”


Victoire huwde Antoine Cruzat maar Azelie was minder fortuinlijk in de liefde: haar geliefde verdronk en zij huwde niet.

Ignace de Lino de Chalmet zocht een investering en werd overtuigd door Philippe de Marigny, zijn zwager, om een plantage te kopen stroomafwaarts van de stad. De Pontalba, bevriende familie van de Chalmets, adviseerde negatief omdat hij vond dat het stuk land moeilijk winstgevend kon gemaakt worden. Maar de galante Chalmet zag niets verdachts in deze aankoop al bleek achteraf dat de plantage nooit echt rendabel werd.

Toen Marigny stierf werd Chalmet de voogd van zijn jonge zoon Bernard en die had een strenge hand nodig zoals al snel bleek. Chalmet kweet zich zeer plichtsbewust van zijn taak om Bernard Marigny fatsoenlijk op te voeden. Hij herhaalde steeds opnieuw dat “een man zonder opleiding slechts een halve man is”.

Tot hij stierf was hij een zachtaardige vriendelijke en hardwerkende suikerbebouwer. Hij was ook een gekend schutter. In 1812 won hij de hoofdvogel “Papegaai” in een gaaischieterij, een van de meest populaire sporten uit die tijd in de stad. Hij kon een doel schieten met zijn pistool over zijn schouder. Deze gaai is te zien in het historisch museum in Cabildo. Daar zijn ook andere familiestukken te vinden: zwartkanten sluiers, juwelen, en andere vrouwelijke attributen.

Toen de Britten hun opmars deden langs de Mississippi, verlieten de Chalmettes hun huis en zochten onderkomen in hun klein huis in Royal Street, tussen Conti en Bienville Street in. Het huis was hun eigendom, een “pied à terre”  voor als ze in de stad wilden overnachten na een opera of een bal. Een week na de slag van New Orleans sprong Chalmette op zijn paard en reed naar de plantage. Van zijn huis bleef niets meer over behalve zwartgebrande ruïnes. Zelfs de mooie eiken die rondom het huis stonden waren vernietigd. In de familie wordt verteld dat diegene die de raket op het huis afschoot op bevel van Jackson, een jonge man was uit de be-kendenkring. Om het ruïneringsdrama compleet te maken is het van belang te weten dat Chalmette juist een aanpalend stuk land had gekocht om het ook te cultiveren. Hij keerde met zijn paard terug naar de stad zonder enige hoop om zijn fortuin te kunnen recupereren. Drie weken later stierf hij en hij werd begraven op het Kerkhof van St. Louis.


5. De beroemde brieven van de Pontalba

De Chalmette’s waren bevriend met de familie de Pontalba, nog zo’n eerbiedwaardige familie van New Orleans. Toen mevrouw de Pontalba dringend naar haar nicht in Spanje moest, nam ze haar dochtertje mee op een toch gevaarlijke reis. Vader Pontalba bleef alleen achter en ervoer de tijdelijke scheiding bijna zo erg als een overlijden. Hij schreef elke dag een brief naar zijn echtgenote en die brieven zijn nu de leukste documenten van de geschiedenis van Louisiana. In deze brieven gaat het ook over de Chalmettes en enkele passages hieruit willen we onze lezers niet onthouden:

... Chalmette arriveerde twee dagen geleden met zijn familie; allemaal in goede conditie. Hij is degene van al mijn relaties aan wie ik het meest genegen ben en ik voel me opgetogen dat ik wat tijd met hem kan besteden vooralleer hij vertrekt. Zijn gezin is heel intressant. Zijn dochters zijn flink opgegroeid; Victoire is zeer mooi en vrolijk; ze heeft een natuurlijke humor en is sprankelend, en ze is heel wat ontwikkeld sedert jij haar laatst hebt gezien. De oudste is ernstig; spreekt niet veel maar is zeer gevat. Over haar figuur wordt niets gezegd, wel wordt haar karakter alom geprezen. De jongste zal de mooiste van allemaal worden; de moeder, die ze terecht verafgoodt, vergenoegt er zich mee dat ze weer naar de Post gaan zodat ze hun ginds verder muziek en tekenen kan bijleren.”

“Chalmette vertelt me dat zijn klein fortuin veertig duizend dollars bedraagt. Hij zou graag een kleine onderneming willen buiten de stad zodat hij wat meer economisch kan leven. Ik suggereerde hem een paar stukken land en hij wou ze kopen maar een uur later schrijft hij mij dat Marigny, aan wie hij de verkoop had gemeld, dit niet zo een goede transaktie had gevonden en hem had aanbevolen de verkoop niet te sluiten.”

“Arme Chalmette: hij heeft het volste vertrouwen in Marigy. Er was slechts een gesprek nodig om hem deze aankoop af te praten. Het zij zo! Maar wil je dit geloven: hij deed het om zijn plantage stroomafwaarts van de Mississippi te verkopen! Ik kan nooit geloven dat hij hierin zal slagen. Ik geloof niet dat Chalmette zoveel kapitaal zal geven aan zo een stuk eigendom, twee mijl onder de stad. Het zou zijn volledig fortuin kosten om hem te voorzien in de negers, dieren, gebouwen enz.. die hij voor de uitbating nodig heeft. De eigendom die ik hem aanbood had dat allemaal al beschikbaar, met alle voorzieningen zoals tuin, melkkoeien, enz.. het zou gemakkelijker zijn om zijn dochters in te burgeren. .. Ik heb hem al deze  voordelen laten zien, en hij apprecieert ze net zoveel als ikzelf, en toch slaat hij het aanbod af. Hij zal er spijt van hebben, maar dan zal het te laat zijn. Ik heb besloten dan maar zelf die eigendom te kopen. Mocht Chalmette spijt krijgen dan wil ik het zelf nog wel aan hem door verkopen..”

“... Deze morgen om vier uur ging ik naar Marigny om af te rekenen; ik verbleef er voor een uur en we hadden het over Chalmette en zijn fortuin. Hij vertelde me dat het beter was voor Chalmette dat hij een plantage had in plaats van de eigendom die ik hem had willen verkopen. Hij gaf me details van zijn zaken die in de voorbije zes jaren, toen Chalmette weg was, hadden plaatsgegrepen... Dit bevestigt mij in de beslissing niet aan Chalmette te verkopen zoals ik ooit de intentie had te doen. Ik zal hem er niet meer over spreken en iemand anders vinden die niet mijn zaken met de zij-ne vermengd want zulke zaken keren zich altijd tegen degene waarvoor het uiteindelijk bedoeld is.