Chalmet in Rieme

Bij Rachel Chalmet op bezoek

Wil je het volledige verhaal lezen in pdf formaat met foto's, druk dan op het icoontje hiernaast:

Een gesprek uit 1997


Rachel Chalmet is voor ons geen onbekende: zij werkt aktief mee bij de voorbereiding van de Chalmet reünie. Graag laten wij haar herinneringen ophalen over het gezin waarin zij opgroeide.
“Ons vader was Victor Chalmet en ons moeder Celina Raes. Wij woonden in de Zandstraat in Ertvelde-Rieme. Ons gezin telde negen kinderen, vijf meisjes en vier jongens. Het harde werk van vader in Kuhlmann gaf echter niet veel reden om lachend rond te lopen. Hij was wat aan de sombere kant. Moeder hield het café “Den Anker” open. Als kind mochten wij niet in het café rondlopen, moeder was hierin erg streng voor ons.”

Wij merken op dat zij de dochters zeker wilde beschermen voor opdringerige caféklanten, maar Rachel komt tussen: “Naar gelang wij groeiden namen ook de klanten toe”

De zussen Chalmet bewonderen wij op de oude foto en begrijpen ten volle dat “Den Anker” de aantrekkingspool was voor het mansvolk in de jaren ’30. Maria, Martha, Suzanne, Leona en Rachel, “schoon volk”, mijmeren wij luidop. Rachel lacht wat verlegen en wuift het compliment weg. Zij herinnert zich opnieuw de sfeer in het grote gezin; aan anekdotes beleeft ze terug deugd:
“Wij kregen de werkmannen van Kuhlmann bij ons in het café om hun boterham op te eten, want toen was er daar nog geen kantine. In hun vuile overall kwamen ze ‘s middags bij ons hun fles “bios” drinken. Moeder deed goede za-kens en aan al dat gezever was ze al gewoon geraakt. Als kinderen noemden wij die mannen ‘die vieze venten’. Het respect voor de arbeiders leerden we pas later kennen. Zelden heb ik vader zien lachen. Als er in het café maar voldoende kaarten waren, dan fleurde hij op. Met ons moeder was het leven veel aangenamer, zij stak ons stiekem dingen toe die vader niet duldde. Ons café lag wel in de rosse buurt maar de vele bootsmannen wisten al heel vlug dat “Den Anker” voor het deftig volk was. Tijdens de week-end werd er gedanst op de muziek van ons orgel - enig voor de streek - en het succes was verzekerd: alle jonge mannen uit Ertvelde, Zelzate en Assenede kwamen er hun hartje ophalen. Wij dansten door onze jeugdjaren heen en .. het leven was goed voor ons! Er was toen nog gezonde ambiance. De dochters Chalmet vonden allemaal hun “Grote Liefde” in het café; alleen de oudste, Maria, vond Gerard Van De Kerckhove niet bij het dansend volk. Zus Suzanne trok naar Amerika. Vader hield kontakt met zijn broer Edmond die naar Frankrijk was uitgeweken. De neefjes kwamen in Rieme op vakantie en ‘t Vlaams en ‘t Frans werden doorheen de vriendschapsbanden verweven. Ook wij trokken op bezoek bij onze Franse familie.”

“De vrienden van mijn broers: Henri, Roger, Albert en Robert waren ook de trouwe klanten voor de dansavonden. Toen kwam de mobilisatie en steeg de angst voor de nakende oorlog. Zo kwamen de Brusselse soldaten neergestreken op de ‘Purfina’ en leerde ik mijn la-tere man Georges Houyet kennen. Regelmatig trok ik erop uit, vrijen in het Frans gaf weinig problemen, de dictionnaire werd dikwijls gebruikt. Ik studeerde in Maria Middelares te Zelzate en kreeg van zuster Renata extra Franse les.”

“Moeder stuurde ons Suzanne en Alberken mee als ‘chaperonnes’ (kwestie dat er niets verkeerd zou lopen werden controlerende familieleden mee op uitstap gestuurd met het vrijende koppel - een veel toegepaste truuk uit die tijd). Maar de hartstocht kende geen grenzen. Op 17-jarige leeftijd trouwde ik en trok naar Brussel. Daar leerde ik een andere wereld kennen. Ik miste het grote gezin, de sfeer van “Den Anker” en het open zicht dat wij hadden over het kanaal. De toeterende boten die ons vertelden dat er nieuwe caféklanten weldra zouden aanmeren.. Brussel was anders.”

“De komst van mijn eerste dochtertje Jeanine was een onvergetelijk moment, en de heimwee naar Rieme werd er minder door. Mijn man moest voor Purfina naar Kongo en de vrouwen en de kinderen konden nog niet mee.”

“Zwanger van mijn tweede kind bleef ik alleen achter. Geduldig moesten wij wachten tot wij ook de overtocht konden maken. Opnieuw trok ik naar Rieme en vond de deur wijd open bij ons Martha, die twee huizen voorbij het ouderlijke huis woonde. Maar niets was nog hetzelfde, ik voelde mij onwennig. Ondertussen werd Bernard geboren en pas als hij zes maand was mochten de vrouwen eindelijk ook de overtocht maken op de ‘Eerste   Elisabethville’”

Rachel wordt even stil en wij storen haar niet terwijl ze diep nadenkt. “Of het leven goed was in Kongo?”, vragen we toch ietwat nieuwsgierig. De goede dingen heeft ze al die tijd in haar herinneringen meegedragen, de rest verdringt ze.

“Pa en Ma Chalmet en alle broers en zussen hebben mij in mijn jeugdjaren onvergetelijke momenten bezorgd”, zegt Rachel overtuigd. Samen kijken we nog even naar de oude foto’s en opnieuw komen we onder de indruk van dat schoon gezin uit Rieme…