Chalmet in Lappion

Op bezoek bij Albert en Maria Chalmet
Lappion, Frankrijk

Wil je het volledige verhaal lezen in pdf formaat met foto's, druk dan op het icoontje hiernaast:

Verslag uit 1997


Albert en Marie, dat noem ik nog eens een koppel. Moet ge ze hier zien in hun groot leeg huis nadat die ganse zwerm kinderen (hoeveel zijn het er ook al weer - 16 dacht ik) het huis is uitgevlogen. Of toch bijna.. alleen Laurent, de jongste, 28 jaar, woont nog in de ouderlijke woning. Die woning dat moet ge ervaren. Een boerderij waarvan het huis is moeten meegroeien met het aantal kinderen dat als de regelmaat van een klok voortschreed. Als je naar de gastenslaapkamer gaat moet je 2 trapkes af, dan 16 trapkes op, dan 4 af, dan weer 3 omhoog.. of zo iets. Hoe was het ook al weer. En het toilet vind je door eerst rechts, dan links dan weer rechts en tenslotte links af te slaan. Misschien moeten er wel wegwijzers komen.. (grapje!)
Albert is nu 75 en echt moegewerkt. Hij was een landbouwer van het stevige soort; ge weet wel, zoals Permeke ze zo mooi kan schilderen. Maar nu is dat voorbij; een vervelende suikerziekte doet hem sukkelen bij het stappen en hij is een beetje hardhorig geworden, al luistert hij met ontzettend veel genoegen naar cassetjes met franse volksmuziek (accordeon, fluit, zang) uit de streek van Auvergne. Hij zit dan mee te neuriën in zijn gemakkelijke stoel bij het venster.

“Ik zal u eens iets laten zien” zegt hij. Hij schuifelt in zijn slaapkamer en komt terug met een foto van een oude tractor. “Kijk, hier hebbe ‘k ik nog mee gereeên”, in zijn oubollig vlaams beschrijft hij het vehikel van voor de oorlog, één van de eerste tractoren zou ik geloven. Hij is geboren in Frankrijk en heeft hier altijd gewoond, maar zijn ouders waren Vlaams en daar komt zijn stotterend Vlaams nog vandaan (dat moet dus wel “oud Vlaams” zijn, denk ik zo). Hij herinnert zich nog zijn bezoek aan Ertvelde Rieme, lang geleden (dat moet zo in de jaren dertig zijn). Bezoek aan nonkel Victor (moeder van Rachel), en aan nonkel Petrus “aan den anderen kant van den voârt” en zijnen staminee.

Hij trouwde met Maria Van De Voorde, een rasechte Vlaamse uit Vosselare en samen hadden ze zo’n rijke kroost. Nu tellen ze al 6 achterkleinkinderen dus de kinderen en kleinkinderen zijn ook niet bij de pakken blijven zitten. Vorig jaar hebben ze hun gouden huwelijksverjaardag gevierd en ze waren allemaal daar. Ze konden niet allen op één foto dus hebben ze er drie gemaakt: één met de kinderen, één met de mannelijke klein- en achterkleinkinderen en één met de vrouwelijke kleinkinderen en achterkleinkinderen. De toekomst is verzekerd.

Maria is een vrouw van kleine gestalte maar zeer energiek en vooral ook zeer belezen
Ze vertelt over de kathedraal van Laon, in de buurt, als één van de mooiste vroeg-gotische kathedralen in Frankrijk, “veel schuuner dan die van Reims”. En dat in het vroege Franse / Gallische rijk de koningen nog in Laon hun vaste stek hadden. Ik vraag “Clovis?”, maar dat wist ze zelf ook niet meer. Was Clovis niet gedoopt in Reims? Ik moet dringend mijnen geschiedenis nog eens gaan opfrissen.

Maria toont me foto’s, met al haar nakomelingen en noemt ze één na één op: Suzanne, Marcel, Denise, Martine, Marie Agnès, .. Het moet een voortdurende oefening in hersengymnastiek zijn om dat allemaal bij te houden. Verjaardagen kent ze niet van buiten. Daar heeft ze een bierkaartje voor dat ondertussen helemaal is volbeschreven met geboortedata. Daar vind ik nog wat gegevens voor het stamboomarchief.

Als ik naar oude foto’s vraag beginnen ze beiden over “de grote brand”. Alles is verbrand; bijna niets is overgebleven. Die grote brand daar wil ik meer over weten.

“In augustus ‘44, de bevrijding was nabij, woonde Albert bij zijn ouders, Edmond en Martha Van Ruymbeke, zijn broers en zusters (hij was de oudste van zeven) in Taveaux (zo’n 50 km ten noorden van Reims), waar zij uitgebreid het land verbouwden. De Amerikanen waren in de buurt om Taveaux te bevrijden en een overmoedige slimmerik van het dorp dacht dat het moment gekomen was om weerwraak te nemen op de nog aanwezige Duitsers en nam een jeep met SS’ers onder vuur. Een ervan werd gedood.

Edmond kende echter de Duitsers van de vorige oorlog ‘14-’18 en vreesde (terecht) voor de reaktie van de Duitsers. Hij verzamelde zijn gezin en dwong hen uit het dorp weg te vluchten met wat proviand om zogezegd op het veld te gaan werken. Edmond had juist geraden: de Duitsers kwamen en hun wraak was hartverscheurend. Ze brandden het hele dorp Taveaux plat, 22 mensen overleefden de gruwel niet. Tot overmaat van ramp werd zoon Marcel doodgeschoten toen hij met paard en kar niet in de holle wegen wou rijden om zo verscholen te blijven, maar boven op het veld liep omdat het daar sneller ging.”
Het doet duidelijk nog pijn, na al die jaren.

Van enkele kennissen hebben ze toch nog wat foto’s kunnen recupereren, maar de trots is toch een prachtige ingekaderde foto daterend van omstreeks 1902 van het gezin Durand Chalmet, stamvader van de groene tak. Die foto mag je zeker niet missen in het boek, zegt Albert fier.
En Roger Van Hijfte, nu 84, zoon van Emma Chalmet (broer van Edmond) woont hier ook nog, maar hij is niet goed meer te been. Emma was getrouwd met Louis Van Hijfte uit Ertvelde en ook naar deze streek gekomen in het noorden van Frankrijk omdat er hier nog veel plaats was en veel vruchtbare grond om aan landbouw te doen.

We nemen afscheid. Naar de reünie komen zal moeilijk zijn, reizen is niet meer voor hem weggelegd, zegt hij. We vragen nog dat zij er op zouden aandringen dat er toch een delegatie van kinderen/kleinkinderen zou komen. We hopen nu maar dat het lukt.